De muren van een stadsgod
De stadsgod openbaart zijn wezen in de prachtvol afwijzende muren en torens, voorzover zich hierin de onophoudelijke aanwezigheid van een kracht met een duurzaam oponthoud in het blikveld verbindt. De kracht van muren en torens is een staand heden. [...] Met de Mesopotamische koningssteden begint een nieuw hoofdstuk van de openbaringsgeschiedenis. Want hier is God muur geworden, en hij woont onder ons voorzover we achter die muur wonen. Wie in zo'n stad leeft, die bewoont een hypothese van de eeuwigheid.
Peter Sloterdijk, Sferen, blz. 587
Prachtvol afwijzende muren, moeten de ontwerpers van de nieuwe geluidsschermen van de A2 dat in gedachten gehad hebben? De torenhoge muren sluiten de stad af en geven de bewoners erachter, in ieder geval die van het achterliggende bedrijventerrein, vast het idee dat God er samen met hun zijn zaak voert. De bebouwing van de Maasboulevard met zijn vierkante blokkenwand lijkt op de muur met torens van Babylon of Ninive. Misschien dat de muren dienen om de weinige hoogbouw van de stad het cachet van een ziggurat te geven, omhoog klimmend ter meerdere ere van de stadsgod. De occulte patronen op de geluidsschermen betoveren de voorbijganger die de stad ziet opdoemen maar weet dat hij eromheen geleid wordt, alleen welkom in het binnenste als hij zich overlevert aan de wetten van de stad.
Deze wetten van de stad geven de grenzen aan die de stadsgod aan haar vereerders oplegt. In weinig andere steden zijn de verschillende grenzen zo duidelijk voelbaar als in de onze. De leegte van het Bossche Broek als bevestiging van de volheid van de stad achter haar muren. Het herstellen en benadrukken van de stadsmuren, samen met een verdere afscherming door de wanden van de A2 geeft aan dat de stadsgod via zijn priesters er naar streeft om de scheiding tussen stad en buitenwereld te versterken. In de Haverleij schieten nieuwe kleine ommuurde steden op die de grote stad ooit naar de kroon zullen steken in de eindeloze opeenvolging van beschavingen. De kracht van de opdoemende stad is groot, er loopt een lijn van de steden tussen Eufraat en Tigris naar de stad tussen Dommel en Aa.

Naast de manifestatie van de stadsgod in zijn muren zijn er nog de grenzen van de binnenstedelijke beschaving. Taboes en tradities geven grenzen aan voor alles in de stad, die door een bezoeker antropologisch te onderzoeken zijn. Onderzoek naar de gebouwde manifestaties van deze cultuur laat een grote waardering voor het verleden zien; de gebouwen lijken zich te spiegelen aan hun voorouders in een cultus van voorouderverering. De tekens en symbolen van de mythische voorouder, natuurstenen lateien, houten kozijnen en zwarte dakpannen, zijn terug te vinden op het nieuw geweven kleed van baksteen dat de recente gebouwen dragen. Het doorbreken van deze cultus kan op weinig waardering rekenen van de Bosschenaar, vrijwel altijd wordt er schande gesproken over gebouwen die zich niet aan de mores houden.
Bomen spelen een grote rol in de eredienst van de Bossche ingewijde, het behoud en de verzorging van deze bomen is zeer belangrijk. Elke plaats van belang in de stad is voorzien van minstens één boom, als minaret bij een moskee. Het gemis van deze bomen her en der in de stad kan op grote verontwaardiging leiden, net als een bedreiging van generaties oude groene totempalen.
De stadsgod dringt overal door, de nieuwe en oude muren van de stad geven haar aanzien. De grenzen die ze haar bewoners/vereerders oplegt zijn af te lezen in hun architectuur. Alleen het idee om hun god te eren met torens komt niet zo van de grond als in de culturen van de andere stadsgoden uit de streek.
Das

archief

