categorie |
lezingen-debatreeks |
|
aanvang |
15-11-2011 |
|
locatie |
Toonzaal - open vanaf 19:30, Den Bosch |
Plaats Muziekcentrum De Toonzaal aan de Prins Bernardstraat in Den Bosch
Datum: 15 november 2011
Ruud Brouwers kijkt in 2040 terug op de transformatie van het monumentenbeleid in Nederland. De lezing wordt gekenmerkt door zijpaden en afslagen. Voor houvast hieronder alvast de hoofdlijn van het betoog. De terugblik brengt een roerige periode in beeld. Monumenten als een verzameling postzegels of de cultuurgeschiedenis als inspiratiebron, dat is de strijdvraag.
Tumult in monumentenland - gemeenten botsen met het rijk
Een terugblik in 2040
Ruud Brouwers
In een uiteraard gesimuleerde terugblik in 2040 op een halve eeuw monumentenbeleid rijst het beeld op van woelige jaren van transformatie, met scherpe discussies en veel gesteggel. Het laten voortleven en zelfs koesteren van bouwwerken en andere zaken uit het verleden is nog steeds een diep liggend verlangen, maar het beleid om de geschiedenis te laten leven wordt overhoop gehaald en opnieuw in elkaar gestoken. Wat vroeger nog wel eens monumentenzorg werd genoemd is ‘ge-re-set', heet tegenwoordig consequent geschiedenisbeleid, waarin de geschiedenis doorklinkt als actualiteit in de tegenwoordige tijd.

De vestingwerken van Den Bosch zijn opgenomen in ‘een groot verhaal'. Ze maken onderdeel uit van een programma, zijn in overeenstemming daarmee bewerkt door architect Marc van Roosmalen en hebben opnieuw een plaats gekregen in de stad. Foto: Ruud Brouwers
De economische groei en de explosie van de bouwproductie in de tweede helft van de twintigste eeuw, dus na de Wereldoorlog van 1940-1945, is niet vreemd aan alle veranderingen. Rond de jongste eeuwwisseling kan Nederland een vrijwel nieuw land genoemd worden. Nog geen vijfde deel van de gebouwen, wegen en waterwerken is dan ouder dan vijftig jaar. Dit botte feit alleen al dwingt tot verandering van het traditionele beleid. In de jaren tien van onze eeuw, tot in de jaren twintig, leidt de herziening van het beleid tot scherpe tegenstellingen tussen het landsbestuur en de gemeenten. Het rijk denkt in strategieën, zoekt onder het vaandel van MoMo naar consolidatie en Modernisering van het Monumentenbeleid. De gemeenten blijven lang gehecht aan collectievorming.
De nieuwe kijk van het rijk wordt gedragen door drie pijlers.
1. Je moet de cultuurgeschiedenis niet gebruiken voor het achteraf krampachtig onveranderd houden van bouwwerken, maar voor het vooraf inspireren van de inrichting van de steden en gebieden.
2. Eigenaren van erfgoed zijn verstandig genoeg om hun bezit naar behoren te beheren, ze hoeven dus niet meer voor alle vormen van verbouwing een vergunning te vragen, waarmee veel administratieve rompslomp en kritiek op een bedilzuchtige overheid de wereld uit is.
3. Voor bestaande bouwwerken moet telkens weer naar nieuw gebruik gezocht worden, waardoor ze als vanzelf lang blijven voortbestaan, meegroeien als het ware.

Soms zijn monumenten niet te redden. De hoge integrale kap van het nieuwe Centraal Station Rotterdam, dat in 2013 gereed moet komen, overvleugelt de resten van het oude station ontworpen door Sybolt van Ravesteyn, 1950-1957. De gewelfde betonnen schalen, een uiting van naoorlogs vernuft, raken verkruimeld en worden weggeblazen door nieuwe dimensies. Foto: Ruud Brouwers
Terwijl het rijk ophoudt met het al maar uitbreiden van de lijst van monumenten, zijn de meeste gemeenten in hun denken nog niet zover. Langs de wegen die de wetgeving op het gebied van de ruimtelijke ordening biedt gaan ze nog een tijd door met het aanwijzen van gemeentelijke monumenten en het opleggen van restauratierichtlijnen aan eigenaren van gemeentelijke monumenten zonder enige financiële tegemoetkoming, totdat daartegen verzet rijst. Tegen die tijd zijn er in Nederland al twee keer zoveel monumenten als het rijk zinvol acht, waardoor tegenmaatregelen worden genomen, met hoekse en kabeljauwse twisten in monumentenland als gevolg.
De afgelopen vijftien jaar wordt gekenmerkt door de sterke opkomst van ‘het grote verhaal'. Grote wooncomplexen, dorpen, stadswijken, delen van streken en ook clusters van bedrijfsgebouwen worden in een museaal kader geplaatst. Ontstaan en ontwikkeling zijn cultuurhistorisch geplaatst en digitaal voor iedereen beschikbaar. Authentiek materiaal is in de buurt voorhanden. Een vroeg voorbeeld daarvan is het Van Eesterenmuseum in Amsterdam Nieuw West, dat is gewijd aan de opvattingen van de urbanist Cornelis van Eesteren en aan het ontwerp, de bouw en daarna de vernieuwing van een groot deel van de Westelijke Tuinsteden van Amsterdam. Als de geest van het gebied is de geschiedenis uitgediept en wel om de hoek toegankelijk. Een ander vroeg voorbeeld vormen de bewerkte en opnieuw in de stad ingepaste vestingwerken van Den Bosch met het Bastionder.
Ruud Brouwers (1939) is architectuurcriticus, tevens adviseur op het gebied van architectuur, stedelijke ontwikkeling en architectuurbeleid. Sinds mei 2009 is hij voorzitter van de Commissie voor Welstand en Monumenten Maastricht. Van september 2002 tot eind augustus 2008 was hij voorzitter van de Commissie voor Welstand en Monumenten Rotterdam. Tot 1 juli 2009 was hij tevens voorzitter van het Kwaliteitsteam Middelburg.
Als oprichter en hoofdredacteur van het tijdschrift wonen-TA/BK (later ARCHIS), gaf hij in de jongste jaren zeventig een impuls aan de herwaardering van de traditionele stad. Later was hij een van de oprichters van het Nederlands Architectuurinstituut (NAi), lid van het bestuur van ICAM (International Confederation of Architectural Museums), initiatiefnemer en hoofdredacteur van het Jaarboek Architectuur in Nederland en oprichter van de Stichting BONAS (Bibliografieën en Oeuvrelijsten van Nederlandse Architecten en Stedenbouwers).
Van 1997 tot eind 2002 was hij directeur van het Stimuleringsfonds voor Architectuur. Hij is de auteur van tal van publicaties, de afgelopen jaren vooral gewijd aan de sociaal-culturele transformatie van naoorlogse stedelijke gebieden.
organisatie Miel Wijnen / Thomas Kemme

Rigoureuze modernisering van het São Paulo Staatsmuseum, door architect Paulo Mendes da Rocha ca 1995. Typerend voor deze wereldstad is de harde confrontatie tussen oud en nieuw; hier binnen-in het gebouw. Foto: Thomas Kemme

archief

