thema |
Modelstad |
MODELSTAD
<<< terug naar BAI-stad
Google Maps: <wandelroute 'de modelstad'>
Onderwerpen: Betonwoningen - Pettelaarsweg - Muntelplein - Calcarplein - Frederik van Egmontstraat - Huize Marechaussee - Bolwonibgen - Grasdakwoningen - Maasboulevard - Empel - Maaspoort
Tuindorp (bron: 10XDENBOSCH - Olv Klijn en Joks Jansen)
Het modelmatig en normatief denken in de Nederlandse stedenbouw kent een lange traditie. Hoewel exemplarisch voor Nederland, is het niet exclusief Nederlands, er zijn ook vele buitenlandse voorbeelden. Het bekendsteis wellicht het model van de tuinstad, bedacht door de Engelse sociaal hervormer Ebenezer Howard aan het einde van de negentiende eeuw. Als reactie opde opeengepakte en troosteloze negentiende-eeuwse stadsuitbreidingen (slums), een direct gevolg van de snelle industrialisatie en daarmee samenhangende trek van de bevolking van het platteland naar de steden, ontwikkelde Howard zijn tuinstadmodel, dat hij uitgebreid beschreef in Garden Cities of Tomorrow (1898). In essentie verenigt de tuinstad het beste van de stad (transport, communicatie, compacte bebouwing) met dat van het platteland (groen, rust en ruimte). De tuinstad is gedacht als een zelfvoorzienende stad van maximaal 32.000 inwoners, midden op het platteland gelegen. De tuinstad is een complete samenleving op lokaal schaalniveau, belichaamd door een besloten, intieme en geborgen vormgeving.
foto: Hans Aarsman - 2008: Grasdakwoningen Maaspoort
De tuinstad moest klein genoeg zijn om een overzichtelijke gemeenschap te blijven, waarin bewoners langs directe lijnen invloed op het bestuur en het sociale en culturele leven zouden kunnen uitoefenen. In de tuinstad is de ruimtelijke vorm (compacte kleinstad in het groen) voorwaardenscheppend voor de sociale organisatie van het gemeenschapsleven. Daarmee legt het model de basis voor een in de stedenbouwkunde veel gebruikt verband tussen ruimte en sociaal leven. De tuinstadgedachte, feitelijk een antistedelijke reactie op de snelle ontwikkeling van de industriesteden en de daarmee gepaard gaande achteruitgang van het pittoreske landschap, krijgt begin twintigste eeuw ook in Nederland veel navolging. Omdat Nederland echter geen echt grote industriesteden kent (zoals Londen of Birmingham), wordt het model al snel aangepast aan de meer kleinschalige problematiek van industrie en verstedelijking.
Tuinstad wordt Tuindorp.
Vanaf 1915 worden in Nederland vele tuindorpen gebouwd met, voor die tijd, relatief ruime huizen in parkachtige setting. Ze worden veelal gebouwd als riante buitenwijken van de bestaande stad en niet, zoals Howard het had bedoeld, als zelfstandige nederzettingen ‘op de buiten’. Wat overblijft is de gedachte dat een kleinschalige setting van huizen in het groen rond een gezamenlijk plein de als anoniem, onpersoonlijk en bedreigend bekend staande (groot)stedelijke maatschappij van tegengif kan voorzien. Dat is uiteindelijk ook de grondslag van de wijkgedachte, eveneens een antistedelijk gemeenschapsidee, dat het vermeende verlies aan bindingen van de grotenstadsbewoner moet herstellen.
Het vroegste Bossche voorbeeld van de tuinstad is te vinden in delen van het ontwerp van Kerkhoff voor Het Zand. Andere voorbeelden zijn het Tilmanshof in de Vughterdriehoek en de Oranjebuurt langs de Graafseweg alsook de Marechausseewoningen langs de Vughterweg en het latere Citadelhofje.
foto: Hans Aarsman - 2008: Arnoud van Gelderstraat

bai stad

