Terugblik Hoogbouw-debat

Is hoogbouw een oplossing voor de Bossche woningnood? Waar kunnen flats worden gebouwd: in het Paleiskwartier, in de binnenstad of overal? Wat zijn de voor- en nadelen? En is de Sint-Jan nog heilig?

Om antwoorden te krijgen op die en andere vragen organiseerde het BAI het drukbezochte debat ‘Uitzicht en inzicht – hoogbouw in Den Bosch’, op woensdag 22 mei 2019 in de Verkadefabriek.

Tijdens deze avond hielden een aantal deskundigen (vanuit diverse disciplines) een pitch over de (on)mogelijkheden, kans en bedreigingen van hoogbouw.

Zo stelde ‘mister hoogbouw’ architect Diederik Dam (Dam & Partners) dat hoogbouw weliswaar een oplossing is, maar niet de enige. ‘Mensen ervaren hoogbouw als heel bedreigend’, terwijl het met aanpassingen wel als intiem kan worden ervaren. (...) Met een ‘bob’ bij de entree en service met gemengde functies, maak je het gastvrij en veilig.’ In stedenbouwkundig opzicht vindt Dam dat hoogbouw de identiteit van een stad kan versterken: ‘Wegen en kanalen vormen niet het DNA van de stad. (...) De tussenmaat haalt het contrast uit de stad.’

De Bossche stedenbouwkundige Cees van Aalst beschouwde in zijn pitch vooral de geschiedenis van (hoogbouw in) Den Bosch. ‘De oude kerktorens zijn identiteitsbepalend’, vindt hij, en daarom zijn ‘schaal en maat van hoogbouw bepalend in een historische omgeving. (...) In dat opzicht is de Sint Jan niet heilig maar kwetsbaar.’ Van Aalst pleit voor het opzoeken van ‘strategische plekken’, rekening houdend met het Bossche Broek, de stadswallen en het stadssilhouet.

Arie Bijl (Bossche Milieugroep) benadrukte in zijn pitch de consequenties van de groei: ‘We slopen, vervuilen en halen alles uit de grond’ en is daarom blij met de gedachte van hoogbouw: ‘Zo hoog mogelijk, klimaatneutraal, collectief en circulair.’ Hij vindt wel dat vooral in hoogbouw kleiner gebouwd moet worden (ook door de veranderende huishoudens en woonwensen) en gestreefd moet worden naar nul-op-de-meter.

D’66-voorzitter René van den Kerkhof zwengelde eerder de discussie over hoogbouw in de gemeenteraad aan, wijzend op de (verouderde) hoogbouwnota uit 2003: ‘Die vraagt om modernisering en uitnodiging, we moeten de mogelijkheden beter benutten.’ In zijn pitch gaf hij aan hoe (o.a. door de economische crisis, maar vooral ook door inconsequent beleid) de hoogbouw in de stad is blijven steken tussen de 50 en 70 meter, terwijl o.a. in het Paleiskwartier 90 meter was bedacht. ‘De Van Lanschottoren is een gemiste kans, die had hoger moeten zijn’. Van den Kerkhof gaf aan ook voorstander te zijn van verticale bossen zoals in Eindhoven en Utrecht.

Architectenweb-hoofdredacteur Michiel van Raaij concludeerde afsluitend dat hoogbouw een ‘grote beweging is waar je niet in mee moet, maar in mee kan’. Hij stelde dat Den Bosch ‘een goede traditie in ruimtelijk ontwerp heeft’ maar naar het unieke van de stad moet blijven kijken: ‘Het moet geen tweede Eindhoven worden.’

In het daaropvolgende debat bleken de meningsverschillen vooral in de details te schuilen.

Diederik Dam vond bijvoorbeeld dat de plattegrond met mogelijkheden in de Nota Hoogbouw vooral democratisch is in plaats van kwalitatief. ‘Vanuit de angst voor verandering, blijft men steken in middelmatige oplossingen en is er weinig ruimte voor avontuur. (...) Men kiest voor plekken waar het toch al gebeurde of waar het niet zo erg is.’

Michiel van Raaij begreep die terughoudend ergens wel: ‘Er zijn in het verleden ook wel dingen misgegaan, dat is een reden om voorzichtig te zijn.’ Conclusie van Dam: ‘Voor hoogbouw is een meerjarig standvastig beleid nodig’.

Voor dat beleid moet dan vooral ook verder gekeken worden dan naar de hoogbouw alleen. ‘De synergie tussen projecten en leefbaarheid rondom gebouwen is minstens zo belangrijk’, stelde Michiel van Raaij. Waarbij openbaar vervoer en functiemenging moeten worden meegenomen. Zoals bij Station Den Bosch Oost. Dat zou een ‘tweede Paleiskwartier’ kunnen worden, stelde René van den Kerkhof. Maar ook Groote Wielen noordoost of de Zuid-Willemsvaart (van Poeldonk via Tramkade tot De Gruyter) bieden kansen. Hoe dan ook, er moet voorbij bestaande structuren worden gekeken – en dat bleek een eye-opener voor René van den Kerkhof: ‘Omgevingsvisie is de integrale blik. (…) Er moet niet zozeer een hoogbouwnota komen, maar een verdichtingsnota.’

Een heer uit het publiek bleek ervaringsdeskundig en pleitte boven alles voor het opnemen van verschillende faciliteiten zoals horeca en sport in hoogbouw. ‘Dat bevordert het contact tussen mensen. Zo creëer je nieuwe, kleine gemeenschappen.’