De recente geschiedenis van de stad

22/03

Datum: Vrijdag 22 maart 2019

Deel deze pagina:


De transformatie van Den Bosch sinds de jaren tachtig

Den Bosch laat zich graag voorstaan op haar verre geschiedenis. We koesteren de Middeleeuwen, roemen Het Beleg in 1629, herdenken met puthuizen en Pieckepoorten. En met reden, de stad kent een kleurrijke en unieke historie waarvan veel bewaard gebleven is. Opmerkelijk is evenwel dat bij die terugblikken het jonge verleden vaak buiten beschouwing blijft; de kroniek van de stad lijkt te stranden eind 20ste eeuw. Terwijl juist de afgelopen dertig jaar Den Bosch zo ingrijpend is veranderd.


Voor het Bosch Architectuur Initiatief de aanleiding om die periode eens te belichten. In De recente geschiedenis van de stad duiden we de transformatie van Den Bosch sinds circa 1985 aan de hand van drie thema’s en de plekken die deze veranderingen symboliseren. Met de oorspronkelijke plannen, visies en verwachtingen. Met verhalen van en door Bosschenaren die erbij betrokken waren. Met beeldmateriaal en verslagen die de ontwikkelingen illustreren. En met een evaluatie: is gelukt wat ze van plan waren?

Maar eerst een korte schets.
Van wat er toen was.
En wat erna kwam.

Mistroostig

Begin jaren tachtig. Den Bosch verloedert. Er heerst een hoge werkloosheid, grote bedrijven als De Gruyter, Remmington en Michelin verdwijnen. Door groei van de automobiliteit ontvolkt de binnenstad: het centrum is, voor bewoners en winkelend publiek, met de auto amper te bereiken. Een Structuurplan eind jaren zestig had die bereikbaarheid moeten verbeteren, maar de binnenstadsstructuur zou erdoor ingrijpend worden aangetast en de Binnendieze grotendeels gedempt; het plan leidde tot felle kritiek en sneuvelt uiteindelijk – zonder alternatief.

De binnenstadsbewoners en -middenstanders trekken ondertussen weg naar de rap groeiende nieuwbouwwijken en de ‘boerenbuiten’ Vught en Sint-Michielsgestel. Eind jaren zeventig heeft Den Bosch de grootste terugloop van binnenstadsbewoners in Nederland en begint het langzaam maar zeker haar positie als regionaal winkelcentrum te verliezen.

Het ontbreekt Den Bosch aan energie en elan. Het centrum van de ingedommelde provinciestad raakt smoezelig, mistroostig. Er staan panden te verpauperen, de woninkjes in de donkere stegen raken onbewoonbaar, er wordt amper nog gebouwd. De Markt is een verkeersplein, het Burgemeester Loeffplein een grijze vlakte met walmende stadsbussen, de Parade een parkeerterrein. Orthenstraat, Vughterstraat en Visstraat vormen grauwe, amper inspirerende winkelgebiedjes met veel lege etalages.

Foto: Felix Janssens (Erfgoed 's-Hertogenbosch)

Nieuwbouw
Tegelijkertijd wordt er wel gebouwd, maar in de binnenstad vooral uit het zicht. Met geld van de Rijksdiensten wordt tussen 1975 en 1985 een deel van het ‘historisch casco’ gerestaureerd – de achter- en onderkanten in het stadscentrum en de Binnendieze. Het betreft een vooral bouwkundige aanpak van de eeuwenoude funderingen, stadswallen en constructies die anders verloren dreigen te gaan. Een ingreep die voor sommige plekken al te laat komt.

Er wordt in 1980 zelfs een plan ‘Integraal binnenstadsbeleid’ opgesteld, maar de (zichtbare) uitvoering ervan laat voorlopig op zich wachten. De inzet richt zich hoofdzakelijk op instandhouding: met winkeliers wordt bijvoorbeeld gesproken over behoud van de historische gevels, het voorkomen van doorbraken tussen panden en het sparen van de authentieke elementen.

Nieuwe huizen verrijzen onderwijl in de eenzijdige buitenwijken buiten de historische binnenstad – het gebied wordt door de ambtenaren eufemistisch ‘nieuwstad’ genoemd. Door de economische crisis en daarmee krimpende vrije sector is het veelal sociale woningbouw (soms tot wel 66 procent). De malaise leidt ook tot vergaande aanpassing van de bouwplannen in Maaspoort: het moet goedkoper, beperkter, minimaler. Een voorgenomen haventje, om de wijk nog aantrekkelijk te maken, wordt geschrapt.

En er zijn plannen genoeg. Voor omlegging van de Zuid-Willemsvaart, bebouwing in de Gement, de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Maar veel verder dan schetsen, agenda’s en programma’s (de term Structuurplan wordt angstvallig vermeden) komt het vaak niet; een breed gedragen strategie en de politieke wil ontbreken vooralsnog. En het geld.

Het gemeentebestuur is namelijk verzeild geraakt in een juridische strijd met projectontwikkelaar Stienstra. Zijn miljoenenclaim hangt als een zwaard van Damocles boven Den Bosch. B&W houden de hand op de knip, sparen voor wat onherroepelijk komen gaat. Er wordt amper nog geïnvesteerd in (omvangrijke) projecten. Ontwikkelaars en ondernemers mijden en verlaten de stad. Den Bosch wordt voorbijgestreefd door buursteden Tilburg en Eindhoven.

Foto: Felix Janssens (Erfgoed 's-Hertogenbosch)

Evolutie

Intussen voltrekt zich binnen de gemeentelijke afdeling Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw een bescheiden evolutie. De organisatiestructuur verandert en een deel van de zittende ambtenaren gaat in die jaren met pensioen of vertrekt, een nieuwe generatie dient zich aan. De jonge stedenbouwkundigen worden amper gehinderd door de slepende kwesties en vaak vastgeroeste verhoudingen uit de jaren ervoor; onafhankelijk en met nieuwe energie duiken ze in de materie. Ze herkennen zich in de omwenteling die landelijk het planologische denken kenmerkt: een verschuiving van de groeikernen en vernieuwing van oude wijken naar (economische) ontwikkeling van de kansrijke, historische binnensteden.

En ook binnen de architectuur ontstaat ruimte voor de actuele uitdagingen van restauratie en transformatie. De focus was voorheen vooral gericht geweest op vernieuwing, op de ruimte in de buitengebieden: de nieuwbouwwijken en de kantoorclusters. Maar nu beginnen ook de architecten en stedenbouwkundigen visies te ontwikkelen waarmee ze de verbrokkelde steden kunnen her-ontwikkelen tot compacte, dynamische woon- en werkgebieden met allure.

Er vindt in die jaren bovendien een politieke verschuiving plaats. Hans Dona is vanaf 1982 wethouder van Ruimtelijke Ordening en Stadsontwikkeling. Na jaren van CDA-bestuurders krijgt een PvdA-meerderheid het in de Bossche gemeenteraad voor het zeggen. En die raakt er, mede door de geestdrift van de jonge ambtenaren, ook van overtuigd dat louter passief behoud van de (binnen)stad niet heilig is. Wil de stad zich uit het slop trekken, dan moet er ook (vooral) actief worden aangepakt.

De krappe begrotingen eind jaren tachtig (door onder meer de voortslepende ‘affaire Stienstra’ en de economische crises) beperken evenwel de mogelijkheden. Niettemin groeit het besef van de noodzaak, rijpen de inzichten en neemt de wil toe. Zelfs als het kabinet in 1990 besluit Den Bosch niet aan te wijzen als één van de (bevoorrechte) elf stedelijke knooppunten van nationale of internationale betekenis, houdt de stad moed. ‘Dan doen we het wel zelf’, reageren Dona en zijn ambtenaren. Ook zonder rijksaandacht kan de stad uitgroeien tot belangrijk knooppunt, zo wordt energiek beredeneerd. Nu het geld nog.

Foto: Felix Janssens (Erfgoed 's-Hertogenbosch)

Bloeiperiode

Die financiële ruimte ontstaat begin jaren negentig. De gemeente heeft gespaard en verkoopt haar energiebedrijf; met de opbrengsten wordt niet alleen de dan met Stienstra overeengekomen schikking betaald, maar kan er ook (eindelijk) geïnvesteerd worden in de toekomstplannen.

Den Bosch moet een groeiende stad van contrasten worden, vinden de ambtenaren en stedenbouwkundigen: historisch én modern, groen én stad, hoog én laag – niet alleen in het centrum maar ook eromheen. Vernieuwen dus, maar koesteren wat oud en uniek is. Herstructureren zonder de historische kern aan te tasten.

Er wordt door de ambtenaren volop over gediscussieerd met de colleges. En ook al worden niet alle plannen uitgevoerd, er heerst een saamhorigheidsgevoel, enthousiasme. Er is geld en het positieve verhaal staat haaks op de sombere jaren tachtig. Er is een omwenteling, een bloeiperiode breekt aan.

De binnenstad wordt daarbij gezien als ‘donor’ voor heel Den Bosch. En dus wordt het stadshart ingrijpend aangepakt. De Markt wordt bus- en autovrij (ondanks protesten van de winkeliers), Hinthamerstraat en Kerkstraat worden opnieuw ingericht; ze krijgen onder andere een ‘kamerbreed’ en peperduur steentapijt, naar ontwerp van de Barcelonese architect Beth Gali.

Vughterstraat, Orthenstraat, Visstraat – het winkelgebied wordt gekuist. Vervallen panden worden opgekocht en opgeknapt, ondernemers keren terug en daarmee ‘de loop’. Met dank aan de (onzichtbare) inspanningen jaren eerder wordt de infrastructuur hersteld, worden steegjes gerestaureerd, kan er weer gewoond worden boven de winkels.

Het Burgemeester Loeffplein gaat op de schop en verandert in een eigentijds winkelgebied met (revolutionair) de verdiepte Arena; het moet Den Bosch tot de ‘aantrekkelijkste winkelstad tussen Utrecht en Maastricht’ maken.

De Binnendieze en de vestingwerken worden verder opgeknapt; daarmee was al begonnen in de jaren zeventig vanuit historische en structurele overwegingen, nu spelen ook de toeristische en economische effecten een voorname rol.

Van een zieltogende stad verandert Den Bosch vanaf de jaren negentig zo in een aantrekkelijke stad. Hoe die transformatie praktisch uitpakte, analyseren we dit jaar aan de hand van drie thema’s en de plekken die ze symboliseren:

- De opgeruimde stad: 'Barcelona aan de Dieze' (het Burgemeester Loeffplein en de Arena).
- De groeiende stad: ‘Waar ligt de grens?’ (het Paleiskwartier).
- Een nieuw imago voor de stad: ‘Kamerbreed tapijt voor de binnenstad’ (de Markt en Hinthamerstraat).

Foto's: Felix Janssens (Erfgoed 's-Hertogenbosch)

Met dank aan: Willem van der Made, Frank Zuylen, Cees van Aalst, Hans Dona, Erfgoed ’s-Hertogenbosch (Jac. Biemans, Dennis Dekker en Rob van de Laar)