Rick Abelen over de ontwikkelingen in de Bossche Spoorzone

Gedeelde ruimte

Datum: Gedeelde ruimte

Deel deze pagina:


Student bouwkunde en BAI-lid Rick Abelen schreef een interessant artikel over (de kansen voor) de Bossche Spoorzone. In Gedeelde Ruimte schetst hij de (on)mogelijkheden en uitdagingen van dit gebied. 


GEDEELDE RUIMTE: ONTWIKKELINGEN IN DE BOSSCHE SPOORZONE

Vanaf het begin van de 20e eeuw ontwikkelde de industrie zich aan de westzijde van het spoor. De laatste decennia zoeken bedrijven nieuwe plekken buiten de stad. De spoorzone wordt gezien als een gunstig gelegen locatie voor ontwikkeling en transformatie tot een stadsdeel met een mix van wonen, werken en recreatie. Althans, dat is het plan. Na 25 jaar ontwikkelen reflecteert architectuurstudent Rick Abelen met een architect, bewoner, voormalig wethouder en ondernemer op de twee kilometer lange spoorzone van ‘s-Hertogenbosch.

“Spoorzones zijn ontstaan als infrastructuur buiten de stad en brachten veel voorspoed met zich mee. Tegenwoordig liggen de spoorzones in een meer stedelijke omgeving door de groei van de stad”, aldus architect-directeur Jeroen van de Ven van Tarra Architectuur en Stedenbouw. Deze ontwikkelingen zien we op veel plekken in Nederland en daarbuiten, denk bijvoorbeeld aan Tilburg, Arnhem of Groningen. De spoorzones vormen vaak een fysieke scheiding tussen twee gebieden. Veel steden worstelen met de vraag hoe deze gebieden te verbinden, zo bevestigt ook de Bossche Architect. 

Niet elke spoorzone is hetzelfde, elke stad heeft een eigen opgave en andere vragen. Van de Ven bespeurt dat spoorzones en aanliggende autowegen als een soort goot door steden meandert. “Verbindingen over en onder het spoor, hoe mooi ook uitgevoerd, zijn vooral logistiek van aard, de spoorbaan bevestigt daardoor de barrière in de stad. Het is jammer dat die goot op zichzelf niet meer betekenis krijgt. Waarom bijvoorbeeld geen stadspark, een Centraal Park in plaats van een Centraal Station waar je graag komt en waar tegenover elkaar liggende gebouwen meer met elkaar communiceren.”

Van de Ven benadrukt dat het uiteindelijk gaat om de beleving en ervaring. “Je krijgt met de aanleg van voetgangersbruggen niet het gevoel dat je twee stadsdelen samenvoegt. Vergelijk het met Maastricht waar water de scheiding is, dit roept andere gevoelens op. We associëren water als een kwaliteit. Langs de oevers van de Maas lopen is toch anders dan langs de oevers van de Spoorzone”.


Bossche Spoorzone als unieke casestudie

Grofweg kan de spoorzone in Den Bosch tweeledig worden beschouwd. Aan de ene zijde is het historische centrum gesitueerd, aan de andere zijde de nieuwe ontwikkellocaties zoals bijvoorbeeld het Paleiskwartier. Daarnaast zijn er veel transformatie opgaven, waar ook van de Ven actief bij betrokken is. “Industriële monumenten zouden hun eigen verhaal en het verhaal van de industriële ontwikkeling van de stad moeten blijven vertellen. Met respect voor de herinnering en context, maar met de durf en wens van vandaag.”

Een interessant voorbeeld is de Gruyter Fabriek, een vestigingsplaats voor bijna 200 bedrijven in de creatieve industrie. Vroeger was de fabriek van grootgrutter ‘De Gruyter’ een belangrijke economische motor voor de stad. Van de Ven zag het voormalige logistieke proces in de fabriek als een route voor toekomstig gebruik. “Daarmee gebruik je de kwaliteit van het complex en herinner je op subtiele wijze aan het verleden.” 

De combinatie van oude en nieuwe bebouwing in deze context is fascinerend. Er is een interessante dynamiek tussen industrieel erfgoed, het Paleis van Justitie, onderwijsinstellingen, wonen, werken, recreatie, horeca en natuurlijk het openbaar vervoer. Een belangrijk kruispunt in deze context is het station. Het station verbindt Noord- en Zuid-Nederland, waarbij alle belangrijke intercitystations met maximaal één overstap te bereiken zijn. Dagelijks lopen er zo’n 13.000 studenten van en naar de Onderwijsboulevard. “Studenten zijn heel belangrijk voor de spoorzone, ook al zijn het vaak logistieke bewegingen”, aldus van de Ven.

Buurtbewoner Cees Sanders beaamt deze opvatting. “We moeten ons er goed van bewust zijn wie er leven in de Spoorzone, studenten spelen daarin een belangrijke rol”. Sanders werkt al meer dan dertig jaar in de Spoorzone en woont sinds kort in de nieuwbouw van Willemspoort, daarnaast is hij bestuurslid van belangenvereniging Spoorzone. “Ik vind het geweldig om daar te wonen. Ideaal vanwege de nabijheid van natuur, binnenstad en openbaar vervoer.” Het klinkt als een Cité idéale, is dan alles perfect? “Nou, de parkeerdruk is hinderlijk. Ik heb het gevoel dat verkeersproblemen niet worden opgelost, maar slechts worden verlegd. We zouden wat betreft parkeren meer kunnen samenwerken, bijvoorbeeld door gebruik te maken van faciliteiten van de Onderwijsboulevard. Natuurlijk zijn er veel mitsen en maren, maar het is nu bijvoorbeeld schoolvakantie en je moest eens weten hoe leeg het dan is.”

Verkeersproblemen in het Paleiskwartier zijn een bekend knelpunt. In 2016 initieerde de coöperatieve Vereniging Wijkbelangen Paleiskwartier al oplossingsgerichte voorstellen aan de gemeente. Wijkbelangen stelde destijds dat de bereikbaarheid van en het parkeren in het Paleiskwartier onder forse druk komen te staan als er geen maatregelen worden genomen. Sanders hoopt in de toekomst dat er meer daadkracht wordt getoond. “Samenwerken en begrip voor elkaar hebben is daarbij heel belangrijk.”

Toch blijft het feit dat als je niet in het Paleiskwartier hoeft te zijn, je er waarschijnlijk ook niet komt. Bezoekers van de stad komen vaak alleen in het historisch centrum, soms zijn ze er zichzelf niet eens van bewust dat de andere kant van het spoor ook de moeite waard is om te bezoeken. Sanders ziet de Spoorzone als een grote toegevoegde waarde voor de gemeente Den Bosch waar in de toekomst een grotere diversiteit aan bewoners en bedrijven zal zijn. “In de loop der jaren heb ik gezien dat mensen elkaar steeds meer ontmoeten, maar meer reuring zou leuk zijn. Ik mis nog wel kleinschalige functies als kiosken en een bloemenzaak.” Daarbij merkt Sanders op dat je je kunt afvragen of het echt een tekortkoming is, “in feite kun je binnen vijf minuten vanaf het Paleis van Justitie in het Paleiskwartier naar Jan de Groot met zijn Bossche Bollen lopen”.


De grote lijnen en de details

Het Paleis van Justitie, ontworpen door de Belgische architect Charles Vandenhove, was een belangrijke motor en drijfveer voor de ontwikkelingen in het Paleiskwartier dat haar naam te danken heeft aan dit complex. Dit Rijksinitiatief direct naast de entree van het station heeft geleid tot veel particuliere initiatieven. Voormalig wethouder Geert Snijders bevestigt de vroegere fragmentatie van de Spoorzone. “Als wethouder Ruimtelijke Ordening heb ik altijd geprobeerd verbinding en dynamiek te zoeken. Een van de vragen was hoe we het beste samen konden werken met al aanwezige actoren.” Tal van bedrijven, scholen en woningen zouden volgen. Snijders vertelt over de visie om kwaliteit aan de stad toe te voegen, “we wilden iets moois voor de stad maken”. 

Het idee was om een hoog stedelijk gebied te maken, met functies die qua maat en schaal niet in de binnenstad pasten. De crisis was van grote invloed op ontwikkelingen en zorgde voor veel vertragingen van projecten. ’s-Hertogenbosch onderscheidt zich doordat er relatief vroeg is begonnen met ontwikkelingen. “Stedenbouwkundig is het de vraag hoe je een eenheid maakt en verbinding met de binnenstad tot stand laat komen. Dat de Spoorzone niet als eenheid wordt beschouwd heeft mede te maken met de fragmentarische wijze van ontwikkelen.” Op de vraag waar we van kunnen leren heeft Snijders een duidelijk antwoord. “Het gebied zou meer multimodaal en multifunctioneel kunnen zijn. Ook doet het ondergronds parkeren afbreuk aan de kwaliteit van het straatbeeld.” Wanneer we specifieke projecten beschouwen, betreurt Snijders de snelle sluiting van Vershal Van Heinde. “Horeca en winkels functioneren hier wel, dat zou je verder kunnen stimuleren”. 

Het is volgens Snijders niet wenselijk te voorzien in een concentratie van winkels, “dat zal leiden tot een conflict met de binnenstad omdat daar al leegstand is”. De voormalig wethouder benadrukt nogmaals dat het belangrijk is om naar de vraag en gewenste kwaliteit te kijken. “Hierbij moet je altijd de focus op het einddoel houden. En ja, soms moet je wel eens naar links of rechts stappen, maar volhouden is hierbij belangrijk. Wees hierbij altijd fair naar alle betrokkenen en voer een inhoudelijke discussie.”

Die inhoudelijke discussie wordt op veel plekken in de Spoorzone gevoerd. Zo ook in de Kop van ’t Zand, het Noordelijkste deel van de Spoorzone. Het gebied wordt gekenmerkt door voormalige fabriekspanden, die omgebouwd zijn tot culturele centra. Hier ontmoet ik Jos Sleegers van het World Skate Center. Sleegers vertelt de rol van het WSC als ontmoetingsplaats voor veel verschillende doelgroepen. Sport, educatie en cultuur komen hier samen, daarnaast fungeert het centrum als een kweekvijver voor nieuwe initiatieven en is het een leerbedrijf. “We vullen elkaar hier goed aan, het World Skate Center past als een puzzelstukje in de bruisende Spoorzone. We organiseren met onze buren bijvoorbeeld festivals, kunstnachten of poprondes.” 

De industriële vibe past goed bij het WSC, zo’n oud fabriekspand sluit aan bij onze ontstaansgeschiedenis en activiteiten aldus Sleegers. De algemeen coördinator geeft aan dat het niet vanzelf kwam, ze hebben de gemeente moeten overtuigen hoe groot deze groep is. “Skateboarden is een van de grootste urban sports. Kinderen vinden het interessant om nieuwe uitdagende sporten te proberen. Daarnaast trekt het Skate Center op deze locatie een breder publiek dan alleen skaters. De locatie is fijn, mede door de goede bereikbaarheid en het feit dat we het hele jaar binnen kunnen skaten. Daardoor trekt het WSC mensen uit heel Nederland, veel professionele sporters trainen hier.”


Kritische visie

Ondanks de toenemende variatie van functies in de Spoorzone is het lastig om dit stadsdeel onderdeel te laten worden van de binnenstad. Snijders bemerkt een tendens dat Bosschenaren niet echt trots zijn op het Paleiskwartier. Hoe kan dit? “Van oudsher is er een enorme focus op de binnenstad, Den Bosch is een conservatieve stad.” Snijders is met recht trots op alle ontwikkelingen. “Het is een uniek stuk stadstransformatie.”

Architect van de Ven merkt op dat we de historische binnenstad eeuwen de tijd geven om zichzelf te ontwikkelen en we van de Spoorzone verwachten dat deze in enkele decennia dezelfde kwaliteiten of diversiteit bezit. “Het is goed dat we als stad nu naar buiten kijken en onze blik verruimen. Het zou mooi zijn als er een stad met twee kwaliteiten ontstaat. Enerzijds modern, anderzijds historisch. We zijn alweer een stukje verder.”

Rick Abelen – april 2018

Download het artikel: gedeelde-ruimte-ra-april-2018-20180618230100.docx